Burgers en stoommachines

1800 tot 1900
overstroming

Stormvloed 1825

Na de slag bij Leipzig in 1813 wordt Nederland een zelfstandig koninkrijk onder koning Willem I komt het bestuur van ridderschap en steden weer terug. In 1848 brengt staatsman Thorbecke een nieuwe grondwet tot stand. Voortaan kiest het volk de volksvertegenwoordigers rechtstreeks.

Ook in Oosterdalfsen verzwakt de positie van de adel en krijgen boeren zeggenschap over de grond die ze beheren. De oude markestructuur met zijn gemeenschappelijke gronden vormt een belemmering voor de ontwikkeling van de landbouw. De markewetten van 1847 en 1886 zorgen ervoor dat ook in Overijssel de marken worden ontbonden. Het nieuwe particulier bezit van de gronden en de komst van de kunstmest zorgen ervoor dat het landschap rondom Oosterdalfsen drastisch verandert. De nieuwe eigenaren richten nagenoeg alle woeste gronden opnieuw in. De ontginningen van veenmoerassen en heidevelden zorgen in de negentiende eeuw voor een verveelvoudiging van het landbouwareaal. Kleine keuterboeren vestigen zich op de nieuw ontgonnen gebieden buiten de oude kernen.

gezicht op dalfsen

Gezicht op Dalfsen G.P. Verschuur ca. 1865

De 19e eeuw kent ook een aantal rampjaren. In 1825 stuwt een storm in combinatie met een springvloed op de Zuiderzee het water zo hoog op dat de dijken doorbreken op tientallen plaatsen langs de Vecht. Alleen al in de gemeente Dalfsen verdrinken twee mensen en komen honderden stuks vee om het leven.

Vanaf 1845 mislukken de aardappeloogsten. Dit heeft vele gevolgen voor de bevolking. De voedselprijzen stijgen en er wordt honger geleden. Pas na 1850 treedt er een aanzienlijke verbetering op in het boerenbestaan.