Merovingers en Karolingers

450 tot 1000
merovingers 1

De heilige Lebuïnus

Na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk doen de Frankische vorsten hun best om hun gebied uit te breiden. Sinds het begin van de 6e eeuw heet dat rijk het Merovingische Rijk laten ook in het graf nog zien dat ze krijgshaftig zijn.  Dit blijkt uit de graven in het Vechtgebied, waarin strijdwapens zijn gevonden.

Aan de de grafrituelen, van de Merovingers komt een einde als Karel de Grote in het Frankische Rijk aan de macht komt. Karel de Grote wil twee nauw met elkaar verweven doelen bereiken: opbouw van een bestuur in de nieuwe veroverde gebieden en kerstening van de onderworpen bevolking.  Daarom geeft hij grondbezit weg aan graven, abdijen en bisschoppen. Zo wordt de bisschop van Utrecht de belangrijkste grondbezitter en daarmee landsheer in het gebied rondom de Vecht.

De kerstening van het gebied wordt vanuit Utrecht georganiseerd. De bisschop stuurt de missionaris Lebuinus, afkomstig uit Engeland, naar het gebied om het christendom uit te dragen. Hij sticht een kerk in Wilp en vervolgens in Deventer en predikt van daaruit voor de bevolking in Overijssel.